In de concept-RES hebben we afgesproken dat we de energieopgave in West-Overijssel vormgeven volgens drie ontwerpprincipes:
De ontwerpprincipes baseerden we op leidende principes in de ruimtelijke ordening. Ze zijn te herleiden naar de Nationale Omgevingsvisie, waarin vergelijkbare principes leidend zijn (combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal en afwentelen van negatieve effecten wordt voorkomen).
Het toepassen van deze principes heeft tot doel om ruimte vragende energieopwekking zorgvuldig ruimtelijk in te passen. De principes geven richting aan de locaties waar energieprojecten het best passen. Daarnaast geven de principes invulling aan de wijze waarop in verschillende landschappen de projecten worden ingepast.
Principe-uitwerkingen en voorbeelden zijn opgenomen in de bouwsteen ruimtelijke kwaliteit: het inspiratiedocument.
In de concept-RES hebben we afgesproken dat we de ruimtelijke ontwerpprincipes op (sub)regionale en lokale schaal toepassen. Deze ontwerpprincipes zijn uitgewerkt in de doelstellingen in de paragraaf 6.2 Ruimtelijke potentie en in het inspiratiedocument in de Bouwsteen Ruimte.
Dit principe komt voort uit het voorkomen van het afwentelen van negatieve effecten. Ingrepen in een gebied mogen niet leiden tot negatieve effecten op andere gebieden. Dit leidt ertoe dat daar waar energie gevraagd wordt, deze ook wordt opgewekt. Het ruimtelijk combineren van opwek, opslag en afzet maakt een efficiënt en compact distributie- en infrastructuurnetwerk van energie mogelijk. We onderzoeken in welke gebieden dat kansrijk is. Daarbij houden we rekening met de verstedelijkingsopgave van wonen en bedrijvigheid.
Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik is het uitgangspunt bij iedere ruimtelijke opgave. Waar mogelijk kiezen we voor meervoudig ruimtegebruik. Hieronder verstaan we bijvoorbeeld: zonnepanelen op daken, parkeerplaatsen of op waterberging en windmolens langs infrastructuur. Dit betekent dat meervoudig ruimtegebruik voorgaat op enkelvoudig ruimtegebruik. In de provinciale omgevingsverordening is dit principe voor zonprojecten vertaald in de zonneladder.
Naast het meervoudige ruimtegebruik zoeken we naar koppelingen met andere opgaven. We gebruiken de energieopwekking als hefboom voor andere opgaven zoals extensivering van de landbouw, klimaatadaptatie en natuurontwikkeling, waarbij ook biodiversiteit bevorderd wordt. Met de opbrengsten van wind- en zonneprojecten kunnen we maatschappelijke voorzieningen betalen en in stand houden. Op deze manier kan de energieopgave bijdragen aan de leefbaarheid.
De identiteit en kenmerken van een gebied staan centraal bij ruimtelijke opgaven. ‘Bij de inpassing van nieuwe functies moeten we rekening houden met de kwaliteit van bodem, water, lucht, cultureel erfgoed en natuur. De aanwezige en door bewoners en gebruikers beleefde kwaliteiten en ontwikkelingsmogelijkheden zijn overal anders. Dit moet doorwerken in de aanpak van opgaven in ieder specifiek gebied’ (Nationale Omgevingsvisie). De energieopgave moet aansluiten bij de kenmerken van een gebied. Het gaat daarbij om landschapstypologie, leefbaarheid, belevingswaarde, natuurontwikkeling, erfgoed en milieu.
De zoekgebieden die we in de RES 1.0 als vastgestelde gebieden op de kaart hebben gezet, zijn op basis van de ontwerpprincipes nader beschouwd.
Zoekgebieden liggen voor een belangrijk deel in jonge ontginningslandschappen. Dit zijn de jongst ontgonnen landschappen (op de provinciaal vastgestelde kaart met landschapstypen zijn dit de veenkoloniale landschappen en de jonge heide- en broekontginningslandschappen), met als belangrijkste kenmerken openheid en de grote schaal.
De energieopgave brengt ook lasten met zich mee. Nieuwe energieopwekking maakt dat de leefomgeving verder onder druk kan komen te staan. Bijvoorbeeld door negatieve effecten zoals (laagfrequent) geluid en slagschaduw bij windturbines. Ook de afname van biodiversiteit door aaneengesloten vlakken met zonnepanelen en vogelsterfte door windturbines, zijn hier voorbeelden van. Dit onderstreept de noodzaak tot zorgvuldige uitwerking van de energieopgave.
De zonneladder is onderdeel van de provinciale verordening voor zonnevelden en geeft een voorkeursvolgorde aan. Deze is niet volgtijdelijk.
‘De intentie van de zonneladder is om zowel op daken als in het vrije veld zonnepanelen mogelijk te maken. Waarbij de voorkeur en stimulans ligt op het zoveel mogelijk benutten van daken, bouwvlakken, bedrijfsterreinen, infrastructurele voorzieningen, erven en lokale initiatieven met kleine velden in stads- en dorpsranden. Ook met een stevige inzet op deze locaties worden de klimaatdoelen niet gehaald en zijn velden in het agrarisch gebied onvermijdelijk. Bij deze velden in het agrarisch gebied gaat de voorkeur en inzet uit naar projecten met meerwaarde. Meerwaarde die ontstaat door het gelijktijdig realiseren van andere opgaven: met functiecombinaties (lees: meervoudig ruimtegebruik, bijvoorbeeld waterberging onder zonnepanelen) en met gebiedsontwikkeling. In laatste instantie zijn monofunctionele velden op agrarische grond acceptabel, als sluitstuk voor het realiseren van de energiedoelen en goede landbouwgrond wordt daarbij ontzien.’
Om overzicht te houden op de toepassing van de zonneladder en de werking hiervan in de praktijk zal in de monitor van de RES een overzicht van de zonneprojecten worden bijgehouden waarin door middel van verwijzing naar documenten en besluiten van de gemeenten inzichtelijk wordt gemaakt hoe in specifieke gevallen de afweging is gemaakt. Bij de RES 2.0 kan dan op basis van deze informatie in de monitor gerapporteerd worden welk effect de toepassing van de zonneladder heeft gehad op aantal en aard van de zonnevelden in de regio.
Deze website maakt gebruik van cookies. Lees meer over cookies in onze cookieverklaring.
Deze cookies verzamelen nooit persoonsgegevens en zijn noodzakelijk voor het functioneren van de website.
Deze cookies verzamelen gegevens zodat we inzicht krijgen in het gebruik en deze website verder kunnen verbeteren.
Deze cookies worden gebruikt om statistieken te meten over het gebruik van de website (bijvoorbeeld via Google Analytics, Siteimprove of Matomo) en voor externe videodiensten zoals YouTube of Vimeo. Hiervoor maken wij gebruik van diensten van derde partijen. Deze cookies worden alleen geplaatst na jouw toestemming.
Jouw keuze aanpassen? Dat kan op elk moment via de cookie-instellingen in de footer.